Een verzekeraar wijzigt tijdens de schadeafhandeling haar standpunt. Eerst betaalde de verzekeraar de schade, maar vanwege een ‘nieuwe’ verklaring weigert de verzekeraar nu te betalen.
In dit geval neemt de verzekeraar een ander standpunt in, maar dit standpunt is gebaseerd op een verklaring waar de verzekeraar al over beschikte. De verzekeraar mag daarom niet terugkomen op de belofte om de schade te betalen.
Bij bedrijfsongevallen, verkeersongevallen en andere ongelukken zien we regelmatig dat de verzekeraar opeens een ander standpunt inneemt. Het veranderen van standpunt of aanvoeren van nieuwe argumenten is alleen toegestaan als de verantwoordelijkheid bij de tegenpartij ligt.

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Terugkomen op erkenning in Gedragscode Behandeling Letselschade
De wet bevat geen bepalingen over het terugkomen op een erkenning van de aansprakelijkheid. In de rechtspraak is bepaald dat terugkomen op de aansprakelijkheid in beginsel niet mogelijk is. In de Gedragscode Behadeling Letselschade staat een beschrijving van de rechtspraak over het terugkomen op de erkenning:
“In de toelichting op de Gedragscode Behandeling Letselschade is het volgende opgenomen over het terugkomen op een erkenning van aansprakelijkheid:
“d Erkend is erkend: Heeft de verzekeraar aansprakelijkheid (gedeeltelijk) erkend, dan kan zij dat in beginsel niet meer in het nadeel van de benadeelde wijzigen. Dat heeft de Hoge Raad overwogen in zijn arrest van 19 september 2003, NJ 2003, 619. Uit oogpunt van zekerheid mag de benadeelde de verzekeraar in beginsel aan haar (of namens haar gedane) uitspraken houden. Stel dat de verzekeraar aan de benadeelde schrijft, dat zij aansprakelijkheid erkent voor de gevolgen van het ongeval, dan is zij daaraan gebonden. De benadeelde moet er namelijk op kunnen vertrouwen dat de verzekeraar als professionele partij zorgvuldig met aansprakelijkheidsvraagstukken omgaat.”“
Gevallen waarin de verzekeraar mag terugkomen op erkenning van de aansprakelijkheid
Terugkomen op de erkenning is mogelijk als het niet redelijk en billijk is als de verzekeraar wordt gehouden aan de erkenning. Hiervan is eigenlijk alleen sprake als de verantwoordelijkheid voor de erkenning bij de tegenpartij ligt. Denk bijvoorbeeld aan gevallen van fraude:
“Een verzekeraar is in beginsel dus gebonden aan een door of namens haar gedane erkenning van aansprakelijkheid, maar het kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat zij aan haar erkenning wordt gehouden (zie Gerechtshof Den Haag 29 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2546).”
Geen nieuwe verklaring
Terugkomen op de erkenning is in dit geval niet toegestaan. Het gewijzigde standpunt is gebaseerd op een ander interpretatie van een stuk dat al in het bezit was van de verzekeraar. Er is dus geen sprake van nieuwe informatie. De verzekeraar mocht daarom niet terugkomen op de erkenning:
“ Deze informatie was echter niet nieuw voor InterEurope. InterEurope beschikte namelijk, zoals blijkt uit de e-mail van 26 mei 2025 (productie 3 bij het verzoekschrift), op 22 juli 2025 al over de verklaring van [A] over de toedracht van het ongeval. Dit is dus geen nieuw feit op basis waarvan InterEurope mocht terugkomen op de erkenning van de aansprakelijkheid.”
Nieuwe interpretatie van oude stukken geen reden om terug te komen op erkenning
De verzekeraar stelt dat zij het stuk eerst niet goed had begrepen. Na het (her)lezen van het stuk wijzigt de verzekeraar haar standpunt. Dit is geen rechtvaardiging voor het wijzigen van het standpunt. Verzekeraars mogen hun mening dus niet wijzigingen, omdat zij een stuk in eerste instantie verkeerd hebben begrepen. Dit is mogelijk anders als de verkeerde lezing voor rekening van de tegenpartij komt.

Nieuwe lezing over aanrijding niet geloofwaardig
De verzekeraar mag niet terugkomen op de erkenning van de aansprakelijkheid. Ten overvloede benoemt de rechter dat de ‘nieuwe’ informatie niet betrouwbaar overkomt. Na een confrontatie ‘vlucht’ de eisende partij in haar auto. Dat zij tijdens het ontvluchten van de confrontatie de auto stilzette en achteruit tegen de tegenpartij aanreed, is volgens de rechter buitengewoon onwaarschijnlijk:
“Ten overvloede overweegt de rechtbank over de toedracht van het ongeval het volgende. Uit de context waarin de aanrijding heeft plaatsgevonden volgt dat [verzoekster] en haar ex partner [A] in een vechtscheiding verwikkeld waren – kort voor de aanrijding er een incident op een parkeerplaats plaatsvond – en dat [A] in de auto van zijn partner [B] [verzoekster] voorafgaand aan de aanrijding achtervolgde. Het is onder die omstandigheden buitengewoon – om niet te zeggen volstrekt – onwaarschijnlijk dat [verzoekster] , die bezig was met het ontvluchten van een nieuwe confrontatie met [A] , in een bocht haar auto tot stilstand gebracht zou hebben om opzettelijk achteruitrijdend tegen de auto waar [A] in zat aan te rijden.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Midden-Nederland 2 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4208

