Een airco-installateur raakt ernstig en blijvend gewond bij een ongeval met een heftruck. Het gerechtshof in Den Bosch beoordeelt in deze recente uitspraak wat de uitgangspunten zijn voor de berekening van het verlies van inkomen voor deze ondernemer.
Voor inkomensschade is de pensioenleeftijd altijd belangrijk. Hoelang zou het slachtoffer zonder ongeval hebben doorgewerkt? Daarnaast beoordeelt de rechter of het bedrijf zonder ongeval extra personeel in dienst zou nemen. De ondernemer stelt dat hij 8 man personeel in dienst zou nemen. De rechter beoordeelt of dit aannemelijk is.
Uiteindelijk beslist de rechter dat de zelfstandige met pensioen zou gaan in het jaar dat hij 65 wordt. Het doorgroeien naar een bedrijf met 8 man personeel vindt de rechter niet aannemelijk. Dat de zelfstandige tot zijn pensioen 1 persoon in dienst zou nemen is wel aannemelijk.

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Uitgangspunten schadeberekening zelfstandigen
Bij de berekening van letselschade vergelijken we de situatie met ongeval met een denkbeeldige situatie zonder ongeval. De situatie zonder ongeval is natuurlijk onzeker. Voor de uitgangspunten van de berekening wegen we de goede en kwade kansen af. Zo bepalen we welke toekomstige ontwikkelingen aannemelijk zijn. We stellen geen hoge eisen aan het bewijs waarmee het slachtoffer mogelijke toekomstige ontwikkelingen aantoont:
“Het bestaan en de omvang van schade door verminderd arbeidsvermogen na een ongeval dient te worden vastgesteld door een vergelijking te maken tussen het inkomen van de benadeelde in de feitelijke situatie na het ongeval en het inkomen dat de benadeelde in de hypothetische situatie zonder ongeval zou hebben verworven. De stelplicht en bewijslast van het bestaan en de omvang van de schade liggen in beginsel op de benadeelde. Aan de benadeelde mogen in dit verband echter geen strenge eisen worden gesteld; het is immers de aansprakelijke veroorzaker van het ongeval die aan de benadeelde de mogelijkheid heeft ontnomen om zekerheid te verschaffen omtrent hetgeen in die hypothetische situatie zou zijn geschied (HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:273). Bij de beoordeling van de hypothetische situatie komt het dan ook aan op hetgeen hieromtrent redelijkerwijs te verwachten valt (zie onder meer HR 15 mei 1998, ECLI:NLHR:1998:ZC2654 en HR 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4277). In dat verband dienen de goede en kwade kansen te worden afgewogen, bij welke afweging de rechter een aanzienlijke mate van vrijheid heeft.”
Aannemen van personeel in de toekomst niet aannemelijk
De ondernemer stelt dat hij zonder ongeval in de komende jaren 8 man personeel zou aannemen. De rechter vindt dit niet aannemelijk. De zelfstandige werkte al 19 jaar zonde personeel. Ook is er geen bewijs van een concreet plan om personeel aan te nemen:
“Het hof acht niet aannemelijk dat [appellant] in de situatie zonder ongeval zijn onderneming substantieel zou hebben uitgebreid, zoals tot de door hem aanvankelijk gestelde 8 fte. Hiervoor is vastgesteld dat [appellant] ten tijde van het ongeval, op 26 juni 2019, 49 jaar oud was en toen al sinds 2000, en dus al ongeveer 19 jaar, zijn bedrijf in de vorm van een eenmanszaak exploiteerde (rechtsoverwegingen 6.4.1/6.4.2) Niet gesteld of gebleken is dat [appellant] ten tijde van het ongeval concrete plannen had om zijn bedrijf uit te breiden op de wijze en in de mate die door hem is gesteld.”
1 extra werknemer in dienst wel aannemelijk
De rechter vindt het aannemen van 8 man personeel niet aannemelijk. Er is wel reden om aan te nemen dat het bedrijf 1 persoon in dienst zou nemen. De rechter gaat er daarom vanuit dat de zelfstandige tot zijn pensioen 1 man personeel in dienst zou hebben:
“Gegeven het feit dat [appellant] al eerder af en toe derden inschakelde, de positieve marktontwikkelingen in de branche en de verklaring van [persoon C] dat het voorafgaand aan het ongeval al de bedoeling was dat [appellant] hem in dienst zou nemen en, gelet op de hiervoor genoemde groei van de omzet en winst van de eigen onderneming van [appellant] en de verwachte verdere groei van de markt voor airconditioningsystemen, acht het hof het, daarbij de goede en kwade kansen afwegende, een redelijke verwachting dat [appellant] in de situatie zonder ongeval wel tot enige uitbreiding van zijn onderneming zou zijn overgegaan. Op grond van voornoemde concrete aanwijzingen gaat het hof ervan uit dat [appellant] in dat geval het bedrijf zou hebben uitgebreid door één persoon full time (voor 40 uur per week) in dienst te nemen per 2021. Voor verdere uitbreiding bestaan naar het oordeel van het hof geen (voldoende) concrete aanwijzingen, dus ook niet per 2029 met nog een tweede extra arbeidskracht. Naar het oordeel van het hof valt redelijkerwijs te verwachten dat [appellant] zijn bedrijf op die wijze (met één werknemer full time in dienst) zou hebben voortgezet tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd.”

Geen eerdere uitval door bloeddruk en cholesterol
De aansprakelijke verzekeraar stelt dat de ondernemer vanwege een te hoge bloeddruk en cholesterolgehalte eerder zou stoppen met werken dan de pensioenleeftijd. De rechter wijst het standpunt af. Er is geen bewijs waaruit blijkt dat personen met een hoge bloeddruk en cholesterolgehalte eerder stoppen met werken:
“Dat de heer [appellant] vóór het ongeval bekend was met een te hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte, zoals [geïntimeerden] hebben aangevoerd, acht het hof een onvoldoende concrete aanwijzing voor de aanname dat [appellant] vanwege medische redenen al eerder zou zijn uitgevallen dan met 67 jaar en 3 maanden. Dat met dit soort klachten over het algemeen die werkzame leeftijd niet wordt gehaald, hebben [geïntimeerden] onvoldoende onderbouwd.”
Eerder pensioen aannemelijk vanwege fysieke belasting
De rechter vindt het wel aannemelijk dat het slachtoffer eerder met pensioen gaat vanwege de belasting van het werk. De werkzaamheden van de airco-installateur bestaan onder andere uit het tillen van zware apparaten en uit het werken op hoogte met ladders en steigers. De rechter vindt het redelijk om er van uit te gaan dat de man met pensioen gaat in het jaar dat hij 65 wordt:
“Uit hetgeen partijen in dit geding over dat werk hebben aangevoerd en aan stukken hebben overgelegd, leidt het hof af dat het fysiek belastend werk betreft. Er wordt immers gewerkt met zware apparaten die moeten worden gedragen en getild, en die vaak op zodanige hoogte moeten worden aangebracht dat een ladder of steiger nodig is. Met inachtneming van de onzekerheden en de goede en kwade kansen die gemoeid zijn met het bepalen van de leeftijd waarop [appellant] in de hypothetische situatie zonder ongeval met pensioen zou zijn gegaan, stelt het hof het moment waarop [appellant] dat zou hebben gedaan in redelijkheid op een datum die is gelegen in het jaar dat hij 65 wordt, namelijk op 26 juni 2034, zijnde 15 jaar na het ongeval.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 2 december 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3433

