Een voetgangster steekt zonder te kijken over en wordt aangereden door een scooter. De rechter beoordeelt of de voetganger recht heeft op een letselschadevergoeding.
Een voetganger verleent geen voorrang en stapt zonder te kijken de weg op. Een scooterbestuurder kan een aanrijding niet meer voorkomen. De rechter beoordeelt of de scooterbestuurder aansprakelijk is voor de schade. Uiteindelijk betaalt de scooterbestuurder 50% van de schade op grond van de wettelijke bescherming voor voetgangers.
Dat een voetganger zomaar de weg opstapt, betekent niet dat de scooterrijder geen fout maakt. Bestuurders moeten rekening houden met verkeersfouten van anderen. Er is daarom geen sprake van overmacht (afwezigheid van alle schuld) bij een aanrijding met een voetganger die geen voorrang verleent:
“De door haar gemaakte fout was niet zo onwaarschijnlijk dat de scooterbestuurder daarmee in redelijkheid geen rekening hoefde te houden. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. De straat waar het ongeval heeft plaatsgevonden is een drukke winkelstraat. De winkels daar waren op het moment van het ongeval nog geopend. Er was dus winkelend publiek aanwezig. In een drukke winkelstraat is het niet onwaarschijnlijk dat er voetgangers de straat oversteken, ook op plekken waar geen zebrapad is. Het kan zijn dat [verzoekster] de straat plotseling is overgestoken, maar zoals hiervoor is overwogen mag men in het verkeer er in het algemeen niet op vertrouwen dat iedere verkeersdeelnemer zich aan de verkeersregels houdt.”

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Welke verkeersfouten maakte de scooter bestuurder?
Weggebruikers, waaronder bestuurders van scooters en brommers, moeten rekening houden met verkeersfouten van anderen. Dit geldt zeker in drukkere voetgangersgebieden. De scooter bestuurder had zijn rijgedrag dusdanig moeten aanpassen dat de aanrijding was te voorkomen. Omdat de bestuurder onvoldoende rekening hield met een plotseling overstekende voetganger is er geen sprake van overmacht. De scooterbestuurder kan dus een verwijt worden gemaakt. Daarmee staat ook vast dat de scooterbestuurder aansprakelijk is voor (een deel van) de letselschade van de overstekende voetganger:
“Daarom moet men zich zodanig gedragen dat een adequate reactie op onvoorzichtig gedrag van anderen mogelijk blijft. Daarvoor is in dit geval onvoldoende dat de scooterrijder naar alle waarschijnlijkheid 30 km/u heeft gereden en zich dus aan de maximumsnelheid heeft gehouden. Nu in deze drukke winkelstraat sprake was van een onoverzichtelijke situatie (belemmerd zicht door geparkeerde auto’s, bomen en bochten in de weg) had de scooter zijn snelheid (verder) moeten matigen. Dat geldt te meer als er door tegemoetkomend verkeer en de geringe breedte van de rijstrook nauwelijks gelegenheid was om uit te wijken. Daarbij komt dat het op het tijdstip van het ongeval schemerde/donker was, wat de zichtbaarheid verder verminderde, waarbij de rechtbank opmerkt dat niet duidelijk is geworden of de verlichting van de scooter al was ingeschakeld. Bovendien dient de bestuurder van een geluidsarme elektrische scooter zich te realiseren dat hij nauwelijks hoorbaar is, terwijl met elektrische scooters hogere snelheden kunnen worden gereden dan met niet-elektrische (geluidsarme) fietsen, die ook uiterst rechts op de weg rijden. Het beroep van De Vereende op overmacht slaagt dus niet.”

Voorrangsfout voornaamste oorzaak aanrijding overstekende voetganger
De aansprakelijkheid staat vast. De rechter kijkt vervolgens welk deel van de schade de overstekende voetganger zelf draagt. De fout bij het oversteken is volgens de rechter de voornaamste oorzaak van de aanrijding. De voetganger heeft daarom geen recht op een hogere vergoeding dan de 50% die op grond van de wettelijke regeling geldt:
“De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van genoemd percentage van 50%. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verkeersfout van [verzoekster] voor ten minste 50% bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. [verzoekster] is de straat overgestoken zonder zich ervan te vergewissen dat zij dat veilig kon doen en zonder de scooterbestuurder voorrang te verlenen, zoals zij had moeten doen. Voorts acht de rechtbank, anders dan [verzoekster] heeft aangevoerd, de ernst van het letsel en de gestelde omvang van de schade (€ 60.000,00) van [verzoekster] niet van een zodanige aard in vergelijking tot andere ongevallen dat een billijkheidscorrectie op haar plaats is. De conclusie uit het voorgaande is dat De Vereende voor 50% aansprakelijk wordt geacht voor de door [verzoekster] als gevolg van het ongeval geleden en te lijden schade. De gevorderde verklaring voor recht van die strekking is toewijsbaar op na te melden wijze.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Rotterdam 16 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7868

