De rechtbank Amsterdam behandelde onlangs een geschil over een verkeersongeval. De uitspraak is met name interessant omdat er concrete schadebedragen worden genoemd. Daarnaast beoordeelt de rechter het smartengeld aan de hand van de Rotterdamse Schaal.
Deze zaak gaat over een zeer ernstig verkeersongeval. De eisende partij overleefde de aanrijding als enige inzittende, maar raakt wel ernstig gewond. Het letsel bestaat onder andere uit hersenletsel en het verlies van een oog. Het slachtoffer vraagt de rechter het recht op een aanvullend voorschot op de letselschadevergoeding en het smartengeld vast te stellen. Voor het smartengeld beoordeelt de rechter aan de hand van de Rotterdamse Schaal of er recht bestaat op een aanvullend voorschot.
Minimaal smartengeld bepalen voor recht op voorschot
Het slachtoffer kreeg een smartengeld voorschot van € 50.000,–. De eis is een aanvullend voorschot van € 50.000,–. Of dit voorschot toewijsbaar is, hangt af van de vraag hoe hoog het smartengeld minimaal moet zijn:
“Voor de vraag in hoeverre er ruimte is voor nadere bevoorschotting zal de rechtbank aan de hand van de Rotterdamse Schaal beoordelen voor hoeveel smartengeld [verzoekster] op dit moment minimaal in aanmerking zal komen.”

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Berekenen smartengeld meervoudig letsel volgens de Rotterdamse Schaal
In dit geval is het letsel meervoudig. Én hersenletsel én een oog kwijt én andere klachten. Voor de ‘oude’ berekening keken we naar alle klachten als geheel. Bij de Rotterdamse Schaal kijken we naar de afzonderlijke letsels en tellen we de bedragen op. Daarbij weegt het tweede letsel voor 50% mee. Het derde en volgende letsel weegt niet mee, maar betrekken we wel bij de beoordeling:
“Aanbeveling 5 is voor deze zaak relevant, nu daarin is opgenomen dat bij letsels die onafhankelijk van elkaar voorkomen (meervoudig letsel) wordt aanbevolen uit te gaan van het zwaarste letsel: dat weegt volledig mee; het in ernst tweede letsel weegt voor 50% mee. De aldus gevonden bedragen dienen te worden opgeteld. Het “derde” of volgende letsel weegt niet op dezelfde manier mee, maar kan als factor worden betrokken bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld.”
Recht op aanvullend smartengeld voorschot bij Rotterdamse Schaal
De aansprakelijke verzekeraar vindt dat het letsel valt in de categorie middelzwaar hersenletsel subcategorie II. Bij deze categorie hoort een bedrag van € 62.000 tot € 105.000. De Rotterdamse Schaal noemt onder andere leeftijd, prognose, psychische gevolgen en weerslag op het sociale leven, tijdsbesteding en werk als relevante factoren voor het vaststellen van de hoogte. Het slachtoffer was 8 jaar oud tijdens de aanrijding en ook bijna alle andere factoren zijn aan de orde. Als we uitgaan van de indeling in deze lage catgorie hersenletsel dan zit het slachtoffer aan de bovenkant. Het minimale smartengeld bedrag ligt daarom rond de € 105.000,–. Een aanvullen voorschot van € 50.000,– bovenop het ontvangen bedrag van € 50.000,– is daarom redelijk:
“Gelet op al deze factoren en omstandigheden acht de rechtbank aannemelijk dat het uiteindelijke bedrag aan smartengeld – als al zou blijken dat het hersenletsel van [verzoekster] zich daadwerkelijk in deze lagere subcategorie laat indelen (wat nog uit de te verwachten rapportages moet blijken) – in ieder geval aan de bovenkant van de bandbreedte voor deze subcategorie II moet aansluiten.”
Schadestaat met bedragen
Deze zaak is voor rechtszoekende wellicht ook intressant omdat de schadestaat en concrete bedragen van de schadeposten in de uitspraak zijn opgenomen. De schadestaat laat zien dat we in dergelijke zaken rekenen met hoge bedragen.

Opnemen vakantiedagen door ouders voor verzorging kind na ongeval
Een vergoeding voor het opnemen van vakantiedagen voor verzorging van een naaste is mogelijk. In dit geval leveren de ouders onvoldoende bewijs. Voor het bewijs is belangrijk dat duidelijk is hoeveel dagen er zijn opgenomen en dat dit noodzakelijk was vanwege het ongeval. Bovendien moet de waarde van de vakantiedagen vastgesteld worden voor de schadeberekening:
“Daarnaast verzoekt [verzoekster] een bedrag van € 1.350 ter zake van de opname van vakantiedagen door haar ouders over de periode van 14 september 2022 tot 17 oktober 2023. Deze post is echter onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. Zo ontbreekt inzicht in het aantal opgenomen dagen, de noodzaak daarvan en de wijze waarop het verzochte bedrag is berekend. “
Bewijs van vervoerskosten bij letselschade
Ook voor de vervoerskosten is onvoldoende bewijs. Hierbij is onder nader bewijs nodig van het aantal gereden kilometers, de data van de bezoeken en een berekening van de vervoerskosten:
“[verzoekster] heeft deze kosten echter onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. Zo ontbreekt inzicht in het totaal aantal gereden kilometers, de frequentie van de betreffende bezoeken en de wijze waarop de verzochte bedragen zijn berekend.”

Schade regeling
Het slachtoffer loopt ernstig letsel op. Inmiddels zijn we 16 jaar verder. Bij ernstig letsel is het afhandelen van schade een langdurig proces. Het slachtoffer heeft vanwege de zorgvuldigheid geen belang bij een snellere afhandeling. Dat er zestien jaar laten geprocedeerd wordt over de schade is daarom geen verrassing, maar toont aan dat dergelijke letselschadeclaims een langdurig proces zijn.
Danslerares
Opmerkelijk bij de schadeafhandeling is ook het uitgangspunt voor het berekenen van verlies van verdienvermogen (inkomensschade). Het slachtoffer rond jaren na het ongeval een mbo dansopleiding af. Zij vindt na de opleiding geen betalend werk. Voor de schadeclaim is het uitgangspunt het werk als danser of choreograaf. We berekenen dus de inkomensschade van een 8 jarig slachtoffer aan de hand van ontwikkelingen waarbij het letsel hoogstwaarschijnlijk een rol speelde.
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Amsterdam 26 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3209

