Twee auto’s botsen op een kruispunt met stoplichten. Één van de bestuurders verklaart dat zijn stoplicht groen was. De andere bestuurder verklaart dat hij zijn stoplicht op oranje zag springen. De rechter in Rotterdam bepaalt wie de schade van de aanrijding betaalt.
De betrokken bestuurder verklaart dat hij het stoplicht op oranje zag springen. Bestuurders moeten stoppen voor een oranje (geel) stoplicht als dit redelijkerwijs mogelijk is. De rechter overweegt dat stoppen in dit geval redelijkerwijs mogelijk was, daarom is de bestuurder die door reed bij oranje aansprakelijk voor de schade van de tegenpartij.

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Oranje (geel) stoplicht: stoppen, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is
De wettelijke regels voor het stoplicht staan in artikel 68 RVV (driekleurige verkeerslichten) en artikel 69 RVV (tweekleurige verkeerslichten). In het spraakgebruik zeggen we dat het stoplicht oranje is, maar de wet noemt dit geel licht. Bij geel (oranje) moeten bestuurders stoppen, tenzij dit redelijkerwijs niet meer mogelijk is:
Geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
Aanrijding bestuurder met groen en bestuurder met oranje
Als twee bestuurders claimen dat hun stoplicht groen was en er geen bewijs is van het tegendeel nemen we voor de schadeclaim aan dat beide bestuurders groen licht hadden. Deze regel gaat hier echter niet op omdat de bestuurder zelf verklaart dat zijn stoplicht van groen naar oranje ging:
“Aangenomen moet worden dat de verkeerslichteninstallatie naar behoren werkte. Dat betekent dat partijen niet elk tegelijk groen licht gehad kunnen hebben. Tegen die achtergrond en gelet op de verklaringen van beide bestuurders, die allebei ontkennen door rood gereden te zijn, moet in beginsel aangenomen worden dat de automobilist door groen is gereden, maar op dat uitgangspunt moet hier een uitzondering worden gemaakt omdat hij zelf als getuige heeft verklaard dat hij door oranje heeft gereden.”
Stoppen voor oranje stoplicht was redelijkerwijs mogelijk
In dit geval gaat de rechter er vanuit dat één van de bestuurders door groen reed en de ander door oranje. Voor de aansprakelijkheid is daarom van belang of de door oranje gereden bestuurder redelijkerwijs had kunnen stoppen. Als stoppen mogelijk was, is niet stoppen een verkeersfout. De bestuurder verklaart dat hij zag dat het licht van groen naar oranje ging. Daarna zag de bestuurder nogmaals dat het licht oranje was. De bestuurder verklaart ook dat hij niet hard reed en dat er niemand achter hem reed. De rechter stelt op grond hiervan vast dat de bestuurder had moeten stoppen voor het stoplicht:
“De automobilist heeft namelijk verklaard dat hij het verkeerslicht van groen naar oranje heeft zien overspringen en hij heeft het nog op oranje zien staan toen hij voor de tweede keer naar het stoplicht keek. De verkeersregels brengen mee, dat hij toen in beginsel had behoren te stoppen. Hij had geen bijzondere haast en hij reed naar eigen zeggen niet hard, zodat dat mogelijk moet zijn geweest. Aangezien er volgens zijn verklaring niemand achter hem reed, had hij ook in zoverre geen reden om niet te stoppen.”

Onduidelijkheid over eigen schuld bij onvoorzichtig kruispunt oprijden
Nadat we de betalingsverplichting (aansprakelijkheid) vaststellen, beoordelen we of de eisende partij eigen schuld heeft. Eigen schuld betekent dat het slachtoffer zelf ook een bijdrage leverde aan het ontstaan van het verkeersongeval. De rechter stelt in deze procedure echter alleen de aansprakelijkheid vast. De rechter voegt ten overvloede toe dat er op grond van het schadebeeld aanleiding is om aan te nemen dat de tegenpartij hard reed en er daarom sprake is van eigen schuld. Partijen zullen de mate van eigen schuld in onderhandelingen of een nieuwe procedure vast moeten stellen:
“Het is onduidelijk hoe hard [eiser] zelf reed. Op de zitting heeft de rechter met partijen foto’s van de auto van de automobilist bekeken. Daarop is een flinke deuk te zien. Dit, in combinatie met het als zodanig niet betwiste letsel van [eiser] , wijst erop dat [eiser] waarschijnlijk vrij hard heeft opgetrokken en gereden. Ook voor [eiser] geldt dat hij moest opletten toen hij het kruispunt opreed. Hoogstwaarschijnlijk zijn de automobilist en [eiser] beiden onvoorzichtig het kruispunt opgereden, maar art. 6:101 BW wordt niet ambtshalve toegepast en Allianz heeft geen ‘eigenschuldverweer’ gevoerd. Dit kan dus in het midden blijven.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Rotterdam 18 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5952

