Val van trap tijdens re-integratie

Een werknemer valt tijdens zijn re-integratie van de trap. De rechter beoordeelt of de trap voldoende veilig is. Daarnaast beoordeelt de rechter of de werkgever had moeten voorkomen dat de werknemer de trap gebruikte. De man had onder andere last van duizeligheid. Het slachtoffer stelt daarom dat de wekgever hem op de begane grond had moeten laten werken.

De voornaamste vraag in deze procedure is of de werkgever had moeten voorkomen dat de werknemer de trap moest nemen. De rechter beslist dat de melding van de werknemer dat hij last had van misselijkheid onvoldoende was voor de werkgever om hieruit op te maken dat traplopen gevaarlijk was. De werkgever wist op grond van de door de werknemer gedeelde informatie niet dat traplopen gevaarlijk was. De werkgever is daarom niet aansprakelijk voor de schade van het bedrijfsongeval.

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade

Val van trap tijdens re-integratie

De werknemer valt van de trap. De rechter oordeelt dat de trap op zich niet gevaarlijk is. De gevallen werknemer vindt dat de werkgever vanwege zijn klachten een werkplek op de begane grond had moeten regelen. De werknemer meldde dat hij last had van duizeligheid, daarom had de werkgever moeten voorkomen dat hij trap liep. De werknemer stelt dus dat niet de trap gevaarlijk was, maar dat de werkgever gezien zijn klachten had moeten voorkomen dat de werknemer gebruik maakte van een trap.

Welke maatregelen had de werkgever moeten nemen vanwege de duizeligheid van de werknemer?

De werknemer heeft niet gevraagd om een werkplek op de begane grond. De mededeling dat hij bij het lezen van een mail last had van duizeligheid en wazigheid is onvoldoende om aan te nemen dat de werkgever bekend was met de risico’s bij het traplopen. De werkgever wist derhalve niet dat er eventueel kans bestond op letsel bij het traplopen. De werkgever hoefde daarom geen werkplek op de begane grond beschikbaar te stellen:

‘Het staat vast, want [werkgever] heeft dat onweersproken gesteld, dat [werknemer] niet aan [werkgever] heeft gevraagd om zijn re-integratiewerkzaamheden op de begane grond te mogen verrichten. Op basis van de e-mail van [werknemer] van 13 december 2021 hoefde [werkgever] niet erop bedacht te zijn dat [werknemer] van de trap zou kunnen vallen en dat [werkgever] dus een werkplek diende te regelen voor [werknemer] op de begane grond. [werknemer] noemt in die e-mail weliswaar dat hij last heeft van duizeligheid en wazig zien, maar [werkgever] heeft terecht erop gewezen dat hij in deze e-mail melding maakt van klachten die hij bij het lezen van e-mails ervaart. [werkgever] hoefde niet erop bedacht te zijn dat [werknemer] ook buiten het lezen van zijn e-mails om last had van duizeligheid en wazig zien, laat staan dat zij erop bedacht had moeten zijn dat [werknemer] in zodanige mate last daarvan had dat dit een risico op valgevaar opleverde.’

Wist de werkgever van de klachten van de werknemer?

De rechter beoordeelt de informatie waarover de werkgever beschikte. Op grond hiervan bestond geen verplichting om de werkgever op de begane grond te laten werken. Dat er klachten waren op grond waarvan traplopen gevaarlijk was blijkt niet uit de beschikbare informatie:

‘Uit de bij [werkgever] bekende rapporten / adviezen van de bedrijfsarts volgt ook niet dat [werkgever] had moeten begrijpen dat zij moest voorzien in een werkplek op de begane grond. Er staat niets in over duizeligheidsklachten of andere klachten die erop wijzen dat [werknemer] traplopen dient te vermijden vanwege het risico op vallen.‘

Val van trap tijdens re-integratie, Rechtbank Limburg 11 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2236,Rechtbank Limburg 11 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2236

Welke maatregelen moet de werkgever nemen bij een specifiek gevaar voor een bepaalde werknemer?

De werkgever moet specifieke maatregelen nemen als er sprake is van een specifiek gevaar voor een bepaalde werknemer. Op de werknemer rust de verplichting om dit specifieke gevaar concreet te maken. De enkele mededeling dat iemand last heeft van duizeligheid betekent dus niet dat de werkgever een werkplek op de begane grond moet voorzien:

‘In dit verband overweegt de kantonrechter dat noch uit het Kelderluik arrest noch uit andere rechtspraak van de Hoge Raad (ook niet de door [werknemer] aangehaalde uitspraken van 11 november 2005, ECLI:NL:2005:AU3313 en van 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3519) over aansprakelijkheid van werkgevers, volgt dat een werkgever op basis van de enkele mededeling van een werknemer over duizeligheid, want concreter is [werknemer] op dit punt niet geworden, ervoor moet zorgen dat de werknemer geen (op zichzelf veilige) trap die aan weerszijden van een leuning is voorzien, meer hoeft te lopen.’

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.

    Volledige naam

    E-mailadres

    Telefoonnummer

    Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Limburg 11 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2236

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    Letselschade advocaat