Het slachtoffer is een werknemer van een uitzendbureau. Hij huurt ook woonruimte van zijn werkgever. De man woont met andere in een vakantiehuis van Waterparcs. Op een dag valt de man van de trap die naar de voordeur van de vakantiewoning leidt en loopt letselschade op. De rechter beoordeelt of er recht bestaat op een letselschadevergoeding en wie de schade moet betalen.
De rechter wijst de letselschadeclaim uiteindelijk toe. De trap was door slecht onderhoud en een losliggende steen gevaarlijk en daardoor gebrekkig. De eigenaar/verhuurder van het vakantiehuis betaalt de schade omdat er geen sprake is van bedrijfsmatig gebruik door de onderverhuurder/het uitzendbureau.

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Opstalaansprakelijkheid bij een gebrek aan een vakantiewoning
Alles wat duurzaam met de grond verboden noemen we in Nederland een opstal. Voorbeelden van opstallen zijn gebouwen, wegen, wegmeubilair, lantaarnpalen, etc. Voor opstallen geldt risico aansprakelijkheid. De eigenaar is aansprakelijk voor de schade die door een gebrek aan het opstal ontstaat. Een opstal is gebrekkig als het niet de eigenschappen bezit die we er in de gegeven omstandigheden aan mogen stellen:
“Op grond van artikel 6:174 BW is de bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen en zaken oplevert, aansprakelijk wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, tenzij aansprakelijkheid op grond van afdeling 1, titel 3 van boek 6 BW (onrechtmatige daad) zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. Bij het antwoord op de vraag of de opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, komt het aan op de – naar objectieve maatstaven te beantwoorden – vraag of de opstal, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn (Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236 en Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2283).”
Trap vakantiewoning is ondeugdelijk vanwege groter risico op vallen
Bovenaan de trap ligt een losse steen. De algehele staat van de trap is slecht. Dit blijkt uit een onderzoek en diverse verklaringen. Volgens de rechter is de kans op een val van de trap daarom groter. De rechter benoemt ook dat er sprake is van een trap in een vakantiehuis. Een vakantiehuis is bedoeld voor kort verblijf. De huurder is niet bekend met het gevaar, waardoor aan de trap hogere eisen moeten worden gesteld:
“In het midden kan blijven of [verzoeker] is gestruikeld over de losliggende steen of anderszins ten val is gekomen, nu de staat van de trap als geheel dusdanig ondeugdelijk was dat het risico op vallen groter was dan normaal gesproken verwacht mag worden. Daarbij is van belang dat de woning was bedoeld voor kortdurende verhuur. Inherent hieraan is dat de woning en trap werden gebruikt door mensen die daar maar kort verbleven en dus niet bekend waren met specifieke gebreken, zoals ongelijke traptreden. Dit maakt dat aan de constructie – en daarmee de veiligheid van de trap – hogere eisen mogen worden gesteld dan bijvoorbeeld aan een trap bij iemand thuis.“
Gebrek en gevaarzetting vakantiehuis
Bij een (sommige) gebrek aan een huur- of vakantiewoning zoals een gebrekkige trap is voor de beoordeling van belang hoe groot de kans op letselschade is. De rechter overweegt dat kortstondig vakantieverhuur betekent dat gebruikers onbekend zijn met de trap. De kans op een ongeval neemt daardoor toe. Het vaststellen van een gebrek toont daarmee veel overeenkomsten met aansprakelijkheid vanwege gevaarzetting.

Bedrijfsmatig gebruik vakantiehuisje: Uitzendbureau, onderverhuurder of verhuurder aansprakelijk?
De uitzendkracht werkt voor WSSD. Dit bedrijft huurt de woning van E&E dat de woning huurt van eigenaar Waterparcs. De wet bevat een bepaling (artikel 6:181 BW) dat de aansprakelijkheid bij bedrijfsmatig gebruik overgaat op de gebruiker. Bedrijfsmatig gebruik betekent dat het opstal een onderdeel is van de bedrijfsvoering. Voor aansprakelijkheid moet er een functioneel verband zijn tussen de uitoefening van het bedrijf en het ontstaan van het gebrek. In dit geval ontbreekt het functioneel verband:
“Het ontstaan of bestaan van het gebrek aan de trap heeft naar het oordeel van de rechtbank niets te maken met de bedrijfsuitoefening van E&E of WSSD. [verzoeker] heeft voldoende onderbouwd dat sprake is van een normaal gebrek dat niet samenhangt met de verhuur van de woning door E&E of WSSD. Zo is niet gebleken van een specifieke eigenschap die de trap gezien het bedrijfsmatige gebruik ervan gebrekkig of onveilig heeft gemaakt; de trap is bijvoorbeeld niet aangepast naar de bedrijfsmatige behoeftes van E&E of WSSD. Waterparcs hield daarnaast zeggenschap over de (trap bij) de woning. Zij heeft de woning immers kort voor verhuur aan E&E gerenoveerd. Uit het onderzoeksrapport blijkt daarnaast dat Waterparcs ‘eindverantwoordelijk [is] voor de algehele staat en veiligheid van het pand’ en ‘zorgdraagt voor het herstellen c.q. oplossen van de vastgestelde gebreken c.q. beschadigingen’. Waterparcs heeft dit met zoveel woorden tijdens de mondelinge behandeling herhaald en daaraan toegevoegd dat de opstalverzekering op haar naam is afgesloten. Hieruit volgt dat Waterparcs zeggenschap had over het schadeveroorzakende gebrek in de opstal. De omstandigheid dat (mogelijk) door Waterparcs, E&E en/of WSSD afspraken zijn gemaakt over onderhoud en andere werkzaamheden aan de woning levert op zichzelf nog geen functioneel verband op als bedoeld in artikel 6:181 BW. Een dergelijke afspraak heeft immers slechts betrekking op de onderlinge relatie tussen Waterparcs, E&E en/of WSSD en regarderen een derde (zoals [verzoeker] ) niet.”
Aansprakelijkheid verhuurder vakantiehuis
In deze procedure gaat het over een trap bij een vakantiehuis. De verhuurder is aansprakelijk voor de schade. Deze aansprakelijkheid van de verhuurder is tevens aan de orde bij andere ongevallen door een gebrek aan een huurwoning of gehuurde bedrijfsruimte. Over het algemeen mogen we vanwege onbekendheid en mogelijke onoplettendheid hoge eisen stellen aan de veiligheid van een vakantiehuis.
Gratis rechtshulp en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of laat uw gegevens achter door onderstaande contactformulier in te vullen.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Gelderland 4 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1208

