Passagier vult lachgas ballonnen voor bestuurder

Een passagier stapt in bij een bekende. Voor en tijdens de rit gebruikt de bestuurder lachgas. De passagier zou de ballonen hebben gevuld en deze aan de bestuurder hebben gegeven. De bestuurder rijdt op een stilstaande peilwagen. De rechter beoordeelt of de passagier recht heeft op een letselschadevergoeding, omdat de verzekeraar vindt dat verzekeringsdekking moet worden uitgesloten vanwege het aanreiken van lachgas ballonnen.

Het gerechtshof beslist in beroep dat het vullen en aangeven van lachgas ballonnen geen reden is om aan te nemen dat de passagier geen recht heeft op een schadevergoeding. Deze bijdrage aan het ontstaan van het ongeval is van belang voor het vaststellen van de eigen schuld, maar sluit het recht op een letselschadevergoeding niet uit.

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade

Rechtbank vergoedingsplicht 50% vanwege aangeven lachgas ballonnen

De rechtbank beslist dat ASR 50% van de schade van de passgier betaalt. De verzekeraar gaat in beroep tegen deze uitspraak. ASR vindt dat de passagier het dusdanig bond maakte dat er geen recht op een schadevergoeding bestaat. Het aangegeven van drugs zou onrechtmatig zijn, waardoor de vergoedingsplicht die bestaat op grond van de (onrechtmatige) verkeersfouten van de bestuurder vervalt:

“Het standpunt van ASR is dat het gedrag van [geïntimeerde] , zoals samengevat onder 5.1 van dit arrest, zodanig is geweest dat dit, samen met dat van [naam 1] , als onrechtmatig gedrag moet worden gezien en dat [geïntimeerde] om die reden de bescherming van de WAM moet ontberen.”

Verantwoordelijkheid drugsgebruik ligt bij de bestuurder

Het gerechtshof overweegt dat er een duidelijk onderscheid bestaat tussen de rollen van de passagier en de bestuurder. De verantwoordelijkheid voor het gebruiken van lachgas tijdens het rijden, ligt bij de bestuurder:

“Het hof volgt ASR hierin niet. Allereerst was sprake van verschillende “rollen” tijdens het rijden: [naam 1] was de enige bestuurder en [geïntimeerde] was passagier. [geïntimeerde] was aanmerkelijk jonger en hij was niet in het bezit van een rijbewijs. Voorts is niet gebleken dat [geïntimeerde] zich op enige wijze met het rijden van [naam 1] heeft bemoeid. Het vullen van de ballonnen met lachgas gebeurde op verzoek van [naam 1] . Het enkele feit dat [geïntimeerde] daaraan heeft toegegeven, betekent nog niet dat hij eveneens, in gelijke mate als [naam 1] , de norm heeft geschonden waarop [geïntimeerde] zich tegenover [naam 1] c.q. ASR beroept. De keuze om de ballonnen lachgas leeg te zuigen bleef bij [naam 1] rusten; niet gebleken is dat [geïntimeerde] hem daartoe aanzette of aanmoedigde. Dat [geïntimeerde] het gebruik van het lachgas door [naam 1] niet heeft verhinderd en hem de ballonnen heeft aangereikt, is niet voldoende om aan te nemen dat [geïntimeerde] zich zelf ook niet naar de geschonden norm heeft gedragen.”

Bestuurder verantwoordelijk voor de wijze van rijden en controle over de auto

De verantwoordelijkheid voor het gebruiken van lachgas ligt bij de bestuurder. Daarnaast bestuurde de bestuurder de auto. De verantwoordelijkheid voor het rijgedrag en de te hoge snelheid ligt daarom geheel bij de bestuurder:

“Het rijgedrag van [naam 1] kenmerkte zich verder door een, gezien de omstandigheden, te hoge snelheid, resulterend in een botsing met de pijlwagen. Deze wijze van rijden en de controle over de auto lag geheel in de macht van [naam 1] en is reeds om die reden niet op zodanige wijze aan [geïntimeerde] toe te rekenen dat hij in dit opzicht gelijk moet worden gesteld met [naam 1] . [geïntimeerde] is als passagier bij een bestuurder in de auto gaan zitten, terwijl die (mogelijk) onder invloed van lachgas was, maar dat is in principe niet onrechtmatig. Ook die omstandigheid is geen toereikende reden om [geïntimeerde] als passagier geheel het recht te ontzeggen om van [naam 1] als bestuurder (en daarmee van ASR) schadevergoeding te vorderen.”

Bewijs niet dragen auto gordel

Op grond van een proces-verbaal van de politie en het schadebeeld stelt de rechter vast dat de passagier geen gordel droeg. Zijn eigen verklaring dat hij wel een gordel droeg, is onvoldoende om dit bewijs te weerleggen:

“Als het hof de objectieve gegevens afzet tegenover de wisselende verklaringen van [geïntimeerde] met betrekking tot het ongeval, is het verweer van [geïntimeerde] een onvoldoende betwisting van het standpunt van ASR dat hij ten tijde van het ongeval de gordel niet heeft gedragen. Zijn eigen verklaring legt wat dat betreft te weinig gewicht in de schaal. Verder heeft hij nauwelijks invulling gegeven aan de toedracht van het ongeval in relatie tot zijn letsel en de mogelijke oorzaken van de letsel. Dit had wel van hem mogen worden verwacht gezien de specifieke informatie die ASR hierover heeft gegeven. Het hof acht onder deze omstandigheden dan ook vaststaand dat [geïntimeerde] geen autogordel heeft gedragen ten tijde van het ongeval.“

Passagier vult lachgas ballonnen bestuurder, Gerechtshof Amsterdam 9 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3765

Niet dragen autogordel niet meegenomen in 50% eigen schuld

De rechter stelt vast dat de rechtbank het niet dragen van een gordel niet heeft meegenomen in haar beslissing:

“Het niet dragen van een autogordel levert eigen schuld op aan de zijde van [geïntimeerde] . Het dragen van een autogordel vermindert immers de kans op letselschade. Deze omstandigheid is door de rechtbank in de deelgeschilbeslissing niet meegenomen in de vaststelling van het percentage eigen schuld.”

Vergoedingsplicht van 40%

De rechter neemt 50% eigen schuld als uitgangspunt, omdat het slachtoffer hiertegen verder geen bezwaren naar voren bracht. Over de omvang van de gordelkorting hebben partijen geen uitspraken gedaan. De rechter oordeelt dat er sprake is van 60% eigen schuld. Hierin is dus zowel het aanrijken van lachgas ballonnen als het niet dragen van een autogordel meegenomen:

“Wel heeft de omstandigheid dat [geïntimeerde] geen autogordel droeg bijgedragen aan de omvang van zijn schade. Die omstandigheid is aan hem toe te rekenen. Het hof ziet daarin aanleiding de 50/50 verdeling ten nadele van [geïntimeerde] bij te stellen naar een 40/60 verdeling, waardoor de totale vergoedingsverplichting van ASR komt op 40% van de schade van [geïntimeerde] . De billijkheid eist geen correctie op deze 40/60 verdeling.”

Gratis rechtshulp en advies bij letselschade

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.

    Volledige naam

    E-mailadres

    Telefoonnummer

    Bron: www.rechtspraak.nl Gerechtshof Amsterdam 9 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3765

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    Letselschade advocaat